Estate Planning

Een goede planning bespaart erfbelasting op je gezinswoning

De gezinswoning vormt een belangrijk onderdeel van het vermogen van echtgenoten. Maar wat gebeurt ermee wanneer een van hen komt te overlijden? In onze eerdere bijdrage legden we al enkele pijnpunten bloot. In deze bijdrage zoomen we in op hoe je aan de hand van een huwelijksovereenkomst én een testament de langstlevende echtgenoot kan beschermen en daarnaast ook erfbelasting kan besparen. Beide technieken worden afzonderlijk toegepast in de praktijk, maar het is vooral de combinatie van een goede huwelijksovereenkomst (met de nodige juridisch technische onderbouwing) én een testament die voor een optimalisatie kunnen zorgen. We zetten de technieken voor je op een rij. 

28 september 2026 6 minuten
Erfbelasting op je gezinswoning

1. Wat betekent de gezinswoning in de erfbelasting? #

De wetgever stelt het aandeel dat de langstlevende echtgenoot erft van de gezinswoning en de aanhorigheden (zoals bvb garage, schuur, tuin enzovoort) vrij van erfbelasting. Indien er geen bijzondere regeling wordt voorzien (in een huwelijksovereenkomst of testament) erft de langstlevende het vruchtgebruik van de gezinswoning, waardoor de waarde van de gezinswoning bijgevolg is vrijgesteld van erfbelasting.

Om te kwalificeren als gezinswoning moet de woning de gezamenlijke hoofdverblijfplaats zijn van de echtgenoten op het ogenblik van het overlijden. De vrijstelling zal dus niet gelden voor een tweede verblijf of een investeringspand. Om vast te stellen wat de gezinswoning van de echtgenoten is, geldt een vermoeden dat het de woning betreft waar ze beiden zijn ingeschreven in het bevolkingsregister. Dit vermoeden kan door de langstlevende echtgenoot aan de hand van feitelijke elementen worden weerlegd ten aanzien van de Vlaamse Belastingdienst.

2. Wat gebeurt er indien de echtgenoten niets hebben geregeld? #

Wanneer  echtgenoten gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel, een scheiding van goederen met een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen of de algehele gemeenschap, bestaat er een gemeenschappelijk vermogen dat tijdens de duur van het huwelijk door beiden wordt opgebouwd.

Wanneer er geen huwelijksovereenkomst werd opgesteld, wordt dit gemeenschappelijk vermogen bij een overlijden in twee helften verdeeld. In onze voorbeelden gaan wij ervan uit dat de gezinswoning zich bevindt in het gemeenschappelijk vermogen.

Bij deze verdeling behoudt de langstlevende echtgenoot zijn/haar eigen helft van het gemeenschappelijk vermogen (waaronder de helft van de gezinswoning) en komt de overige helft toe aan de nalatenschap van de overledene (waaronder de helft van de gezinswoning).

Indien de overledene geen testament heeft opgesteld, komt de nalatenschap (waaronder de helft van de gezinswoning) ingevolge het wettelijk erfrecht toe aan de langstlevende echtgenoot in vruchtgebruik en erven de kinderen de naakte eigendom. 

Finaal wordt de gezinswoning dus als volgt vererfd:

  • aan de langstlevende echtgenoot voor de helft in volle eigendom en de helft in vruchtgebruik;

  • aan de kinderen voor de naakte eigendom.

Ten aanzien van de kinderen geldt de vrijstelling voor het erven van de gezinswoning niet, zodat zij erfbelasting moeten betalen op het door hen verkregen deel (namelijk de naakte eigendom).

3. Hoe kan de optimalisatie van de gezinswoning worden verkregen? #

In de praktijk komt de opmaak van een keuzebeding of een testament vaak aan bod voor de optimalisatie van de gezinswoning vanuit fiscaal oogpunt, maar ook vanuit civielrechtelijk oogpunt. Op die manier kan er namelijk voldoende bescherming en flexibiliteit worden ingebouwd tussen de echtgenoten.

Beide technieken zijn gekend, waarbij er vaak wordt gekozen voor een huwelijksovereenkomst of een testament met betrekking tot de gezinswoning. Hieronder leggen we uit hoe net de combinatie van beide technieken een optimalisatie kan verwezenlijken.

3.1. Indien je enkel een keuzebeding kiest #

De huwelijksovereenkomst kan een oplossing bieden om de eigendomsverhouding in vruchtgebruik en naakte eigendom te vermijden en om de gezinswoning volledig te laten toekomen aan de langstlevende echtgenoot. Indien de huwelijksovereenkomst voorziet in een keuzebeding, verleent dit het recht aan de langstlevende echtgenoot om te kiezen hoe het gemeenschappelijk vermogen zal worden verdeeld bij een overlijden. Er moet bijgevolg geen verdeling bij helften worden gemaakt en er ontstaat een keuze voor de langstlevende echtgenoot om het gemeenschappelijk vermogen ongelijk te verdelen. Hij/zij zal dus kunnen opteren om goederen, waaronder de gezinswoning, uit het gemeenschappelijk vermogen in volle eigendom naar zich toe te trekken.

De fiscale impact van het keuzebeding kan evenwel nefast zijn en is afhankelijk van welke goederen de langstlevende naar zich toe neemt. In principe is het zo dat de wetgever voorziet dat het deel van de gemeenschappelijke goederen dat de langstlevende echtgenoot boven zijn eigen helft ontvangt als een “overbedeling” wordt aanzien en belast wordt met de erfbelasting (artikel 2.7.1.0.4 VCF).

Let wel: ook bij “overbedeling” blijft de vrijstelling voor het vererven van de gezinswoning van toepassing.

3.2. Indien je enkel een testament voor de gezinswoning kiest #

Indien de echtgenoten geen keuzebeding hebben voorzien, zal het gemeenschappelijk vermogen bij helften worden verdeeld. De helft van de overledene in het gemeenschappelijk vermogen vormt diens nalatenschap.

Een testament bevat bepalingen over hoe de nalatenschap van de overledene dient vererfd te worden. De overledene kan bijgevolg bij testament zijn/haar aandeel in de gezinswoning in volle eigendom legateren aan de langstlevende echtgenoot.

Finaal zal de gezinswoning dan opnieuw volledig toekomen aan de langstlevende echtgenoot. Enerzijds door de eigen helft van de langstlevende echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen en anderzijds door de vererving via het legaat in het testament.

3.3. Indien je een testament en keuzebeding combineert #

Een keuzebeding en een testament voor de gezinswoning kunnen individueel de nodige flexibiliteit bieden, maar de combinatie kan een aanzienlijk fiscaal voordeel opleveren.

1ste stap: keuzebeding 

In eerste instantie zal de langstlevende echtgenoot opnieuw gebruikmaken van voormeld keuzebeding. Ditmaal kiest de langstlevende echtgenoot niet om de gezinswoning volledig in zijn vermogen te laten komen in het kader van het keuzebeding. De gezinswoning laat hij/zij volledig in de kavel van de overledene vallen, waardoor deze toekomt aan de nalatenschap van de overledene. De langstlevende echtgenoot vormt zijn kavel met andere vermogensbestanddelen uit het gemeenschappelijk vermogen waardoor er (afhankelijk van de waarden) kan worden bekomen dat er geen overbedeling speelt, gezien de langstlevende de gezinswoning niet kiest op basis van het huwelijkscontract.

2de stap: testament 

Vervolgens komt de gezinswoning – die in de nalatenschap van de overledene terecht is gekomen - volledig toe aan de langstlevende echtgenoot op basis van een testament dat werd opgesteld door de overledene. Hierop is de langstlevende – gelet op de vrijstelling - geen erfbelasting verschuldigd.

Let op: deze vooropgestelde optimalisatie heeft ook verdere implicaties voor het minimumdeel waar de kinderen recht op hebben (de reserve). Elke regeling blijft maatwerk en dient afgestemd te worden op de persoonlijke situatie.

FAQ

Een concreet voorbeeld

Optie 1

Optie 1: geen planning voorzien +

Het gemeenschappelijk vermogen wordt bij helften verdeeld. De nalatenschap bevat 50% van de gelden en 50% van de gezinswoning en deze komt toe aan Dirk voor het vruchtgebruik en aan de dochter voor de naakte eigendom. Dirk is geen erfbelasting verschuldigd voor het erven van de gezinswoning. Hij is 450 euro erfbelasting verschuldigd voor het erven van het vruchtgebruik op de gelden. De dochter betaalt 130.800 euro erfbelasting voor het erven van de naakte eigendom van de gezinswoning en de gelden.

De totale erfbelasting bedraagt dus 131.250 euro.

Optie 2

Optie 2: enkel een keuzebeding/ enkel een testament +

In deze optie wordt het gehele vermogen toegetrokken naar Dirk (hetzij op basis van een keuzebeding, hetzij op basis van een testament) en erft de dochter niets. Gezien de vrijstelling van erfbelasting met betrekking tot de gezinswoning is Dirk enkel erfbelasting verschuldigd op het erven van de gelden (500.000 euro). Dit zorgt ervoor dat de totale erfbelasting bij beide pistes 83.250 euro bedraagt.

Optie 3

Optie 3: combinatie keuzebeding en testament voor de gezinswoning +

In deze piste wordt de combinatie toegepast van een keuzebeding en een testament met een legaat van de gezinswoning aan Dirk.

Stap 1: keuzebeding 

Dirk verdeelt de huwgemeenschap en vormt twee kavels naar keuze. In zijn eigen kavel legt hij de gelden (1 miljoen euro). In de kavel van Linda legt hij de gezinswoning (1 miljoen euro).

Er treedt op niveau van het huwelijkscontract geen overbedeling op, aangezien Dirk de helft van het gemeenschappelijk vermogen (namelijk de helft van 2 miljoen) tot zich neemt op basis van het keuzebeding.

Stap 2: testament 

Vervolgens verkrijgt Dirk door de uitwerking van het testament de volle eigendom van de gezinswoning (die in de kavel van Linda ligt en bijgevolg de nalatenschap vormt). Aangezien de vererving van de gezinswoning volledig wordt vrijgesteld van erfbelasting, dient er geen erfbelasting te worden betaald.

De totale erfbelasting bedraagt dus 0 euro.

Optie 1: Indien geen planning

131.250 euro erfbelasting

Optie 2: Indien enkel keuzebeding / enkel testament

83.250 euro erfbelasting

Optie 3: Indien combinatie keuzebeding én testament

0 euro erfbelasting

Enkele aandachtspunten: #


1. Het belang van een up-to-date huwelijksovereenkomst en een doordacht testament

De formulering van de huwelijksovereenkomst speelt een grote rol voor het gebruik van deze alternatieve piste. Vage of oude keuzebedingen kunnen leiden tot onduidelijkheden - onder andere de gebruikte terminologie, de mogelijkheid van de combinatie van het keuzebeding met een testament, een (combinatie met) een beding van vooruitmaking, de samenstelling van de kavel, het lot van de niet-gekozen goederen, enz. - en vormen voer voor discussies met de Vlaamse Belastingdienst met betrekking tot de toepassing van de (fiscale) overbedeling.

Wil je je beroepen op voormelde combinatie, moeten de bewoordingen in het keuzebeding zeker onder de loep worden genomen. De bedingen in huwelijksovereenkomsten moeten dus tijdig en met de nodige zorg worden geëvalueerd en geüpdatet.

Daarenboven is ook de formulering van het testament en het daarin opgenomen legaat van groot belang. Laat je dus ook voor de opmaak van het testament best bijstaan door een expert.

2. Verdere planning blijft nodig

De cijfers spreken voor zich. Een up-to-date huwelijksovereenkomst met keuzebeding en bijhorend testament met een legaat voor de gezinswoning bieden een besparing voor de erfbelasting bij het overlijden van de eerste echtgenoot. Evenwel volstaat dit niet voor een globale optimalisatie van de erfbelasting voor beide echtgenoten. Aangezien de gezinswoning volledig zal toekomen aan de langstlevende echtgenoot en de vrijstelling van erfbelasting enkel geldt tussen echtgenoten, zullen er ook verdere stappen moeten worden genomen tijdens het leven van de langstlevende echtgenoot. De gezinswoning zal immers een belangrijk vermogensbestanddeel vormen van de langstlevende echtgenoot, dat vervolgens geërfd wordt door zijn/haar erfgenamen, die belast zullen worden aan progressieve tarieven. Dit kan reeds ondervangen worden bij de opmaak van het testament, door te voorzien in een restlegaat. Daarnaast kan er ook gedacht worden aan een actieve planning, waarbij de gezinswoning wordt geschonken aan de volgende generatie.

Conclusie #

Wie een besparing van de erfbelasting nastreeft, heeft baat bij een correct geformuleerde huwelijksovereenkomst en een zorgvuldig opgesteld testament met betrekking tot de gezinswoning. De combinatie van beide technieken kan aanzienlijke voordelen opleveren. Uiteraard is dit de huidige visie en kan dit evolueren.

Ook wanneer je al een huwelijksovereenkomst en/of testament hebt, is het belangrijk om na te gaan of die nog voldoende accuraat zijn.

Nood aan ondersteuning?

De uitwerking van je nalatenschap is maatwerk. Maatwerk dat loont wanneer het telt. Nood aan iemand die met je meekijkt en het uitwerkt volgens jouw wensen?

Interessante inzichten en adviezen

Alle inzichten
Schenking Frans vastgoed

Estate Planning

Schenking van een Belgische vennootschap met Frans vastgoed: let op voor mogelijke Franse schenkingbelasting en formaliteiten

Als je vaak dezelfde streek in Frankrijk bezoekt, dan kan het als Belgische ondernemersfamilie interessant zijn daar een onroerend goed aan te schaffen. Dat vastgoed kan rechtstreeks privé worden aangehouden, maar kan zich ook bevinden in een Belgische vennootschapsstructuur. Wil je de aandelen van die vennootschap ooit schenken, dan moet je in sommige situaties rekening houden met zowel de Belgische als de Franse schenkbelasting alsook met een aantal bijkomende Franse formaliteiten. We lichten de belangrijkste aandachtspunten toe.

23 juli 2026 3 minuten
Familiaal gunstregime

Estate Planning Legal

Het familiaal gunstregime: wat met projectontwikkelaars?

Het familiaal gunstregime inzake de schenking en de vererving van aandelen werd in 2026 grondig hervormd. Nu residentieel vastgoed niet meer in aanmerking komt voor het regime, rijst de vraag in welke mate projectontwikkelaars en andere vastgoedspelers er gebruik van kunnen maken. Er is namelijk een uitzondering voorzien voor projectontwikkeling onder de nieuwe wetgeving waarbij enkele voorwaarden dienen te worden voldaan. Eerste inzichten leren dat deze voorwaarden niet aangepast zijn aan de praktijk bij dergelijke structuren en groepen.

14 juli 2026 4 minuten
Een geleidelijk aan stijgende stapel munten waarop op de laatste 3 stapels papieren figuurtjes in de vorm van een gepensioneerd koppel staan.

Estate Planning

Pensioenhervorming 2026: wat is de impact voor zelfstandigen?

Voor zelfstandigen gaat pensioenplanning veel verder dan het wettelijk pensioen. Ook de pensioenleeftijd, de effectieve loopbaan en de aanvullende pensioenpijlers zijn cruciaal. De hervorming vanaf 2027 versterkt de link tussen effectieve prestaties, het moment van pensionering en de opbouw en uitbetaling van aanvullende pensioenen. Hieronder lichten we de belangrijkste aandachtspunten toe.

Dit artikel werd het laatst geüpdatet op 25 juni 2026.

25 juni 2026 3 minuten

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Wij blijven nieuwe verhalen schrijven en onze expertise delen. Wil je dat vers van de pers? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Ik wil graag nieuws van VGD ontvangen in de toekomst
Ik ga akkoord met de privacy policy.* 
Ik ben op de hoogte van de privacy policy 

Contacteer onze experten

Alle uitdagingen binnen je onderneming verdienen een oplossing op maat. Neem contact met ons op en we brengen je in contact met de juiste expert.