1. Vervroegd pensioen: strengere loopbaanvoorwaarden #
De pensioenhervorming wijzigt de wettelijke pensioenleeftijd niet: deze blijft vandaag 66 jaar en wordt vanaf 2030 verhoogd tot 67 jaar.
Wel zullen vanaf 1 januari 2027 de voorwaarden voor vervroegd pensioen strenger worden. Voor zelfstandigen is vooral de samenstelling van de loopbaan belangrijk: periodes als werknemer, ambtenaar, zelfstandige of bedrijfsleider moeten afzonderlijk worden beoordeeld.
Voor loopbaanjaren als werknemer of ambtenaar zullen vanaf 2027 in principe minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen vereist zijn, tegenover 104 dagen onder de vroegere regeling. Daarop is één uitzondering: het eerste loopbaanjaar volgt wél nog het oude systeem van 104 dagen.
Periodes die gelijkgesteld worden met gewerkte dagen wijzigen niet. Zo blijven periodes van ziekte, zorgverlof (bv ouderschapsverlof) en (tijdelijke) werkloosheid meetellen voor jouw vervroegd pensioen.
Voor zelfstandigen blijft de vraag vooral welke kwartalen effectief pensioenrechten opleveren. Het volstaat dus niet om het aantal jaren activiteit te tellen: je moet nagaan voor welke kwartalen sociale bijdragen werden betaald of een gelijkstelling geldt.
2. Pensioen vanaf 60 jaar na lange loopbaan #
Hoewel de regels voor het gewone vervroegd pensioen verstrengd worden, komt er vanaf 2027 een nieuwe mogelijkheid om vanaf 60 jaar vervroegd met pensioen te gaan. Dit is op voorwaarde dat je een lange effectieve loopbaan van minstens 42 loopbaanjaren presteerde, waarin elk jaar minstens 234 effectief gewerkte dagen telt. Voor zelfstandigen moet elk loopbaanjaar minstens drie effectief gewerkte kwartalen omvatten.
Een individuele controle blijft noodzakelijk, zeker bij een gemengde of minder lineaire loopbaan, een bijberoep, tijdelijk lagere inkomsten of een overgang van eenmanszaak naar vennootschap.
Opgelet: in tegenstelling tot hierboven geldt hier geen uitzondering voor het eerste loopbaanjaar.
3. Pensioenbonus en -malus #
De hervorming voert ook een pensioenbonus en pensioenmalus in. Ook voor zelfstandigen is dit relevant, omdat de pensionering vaak samenvalt met keuzes over stopzetting, overdracht, verdere activiteit via een vennootschap of aanpassing van de bezoldiging.
1. Pensioenmalus #
De pensioenmalus is een vermindering van het bruto pensioenbedrag voor wie vanaf 2027 vervroegd met pensioen gaat en onvoldoende effectief gewerkte prestaties kan aantonen. Dat kan dus ook spelen wanneer je wel voldoet aan de gewone leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen.
Om de malus te vermijden, moet je cumulatief voldoen aan twee voorwaarden:
- Een loopbaan van minstens 35 jaar, met elk jaar minstens 156 gewerkte dagen.
- Minstens 7.020 effectief gewerkte dagen over de volledige loopbaan.
Voor zelfstandigen wordt dit vertaald naar:
- Minstens 35 kalenderjaren waarin telkens minstens twee kwartalen als zelfstandige meetellen.
- Minstens 90 kwartalen over de volledige loopbaan.
Voor zelfstandigen gaat het onder meer om kwartalen waarvoor sociale bijdragen werden betaald of die gelijkgesteld zijn, bijvoorbeeld bij ziekte, mantelzorg of moederschapsrust. Ook vroegere prestaties als werknemer of ambtenaar kunnen meetellen.
Ga je op vervroegd pensioen en voldoe je niet aan deze voorwaarden, dan riskeer je een vermindering van het pensioenbedrag. De omvang van de malus hangt af van je geboortejaar en van het aantal jaren dat je vroeger met pensioen gaat dan de wettelijke pensioendatum.
2. Pensioenbonus #
Daartegenover staat de pensioenbonus voor wie zijn pensioen uitstelt na de wettelijke pensioenleeftijd en verder blijft werken. Ook die bonus is niet automatisch: je moet recht hebben op pensioen, de opname effectief uitstellen en blijven voldoen aan de wettelijke werkvoorwaarden.
4. Aanvullend pensioen: hogere inhouding voor grotere kapitalen #
Ook de aanvullende pensioenopbouw vraagt aandacht. Voor veel zelfstandigen is de tweede pensioenpijler, zoals VAPZ, sociaal VAPZ, IPT of groepsverzekering, essentieel naast het wettelijk pensioen. Vanaf 1 januari 2026 wordt bij uitbetaling in kapitaalvorm standaard een solidariteitsbijdrage van 2% ingehouden.
Vanaf 1 juli 2027 komt daar een bijkomende bijdrage van 2% bij voor het deel van de aanvullende pensioenkapitalen boven € 150.000. Bij die drempel worden alle aanvullende pensioenkapitalen samengeteld, wat vooral relevant is voor zelfstandige bedrijfsleiders met meerdere aanvullende pensioencontracten.
Deze bijdrage staat los van andere inhoudingen, zoals de RIZIV-bijdrage en eindbelasting. De netto-impact hangt dus af van onder meer het type aanvullend pensioen en het uitbetalingsmoment.
Wat betekent dit voor jouw specifieke situatie? #
Voor zelfstandigen is de pensioenhervorming meer dan een aanpassing van pensioenregels. Ze raakt rechtstreeks aan de vraag wanneer je stopt, of je nog actief blijft in je eenmanszaak of vennootschap, en hoe je wettelijk pensioen en aanvullende pensioenopbouw op elkaar worden afgestemd.
Denk je eraan om je activiteit af te bouwen, langer door te werken of je VAPZ, IPT of groepsverzekering op te nemen? Dan is het aangewezen om tijdig te laten simuleren wat dit betekent voor je pensioenbedrag, netto-inkomen en aanvullende pensioenuitkeringen.
Controleer daarom tijdig je loopbaangegevens via mypension.be en laat nagaan welke periodes effectief meetellen. Zeker bij een gemengde loopbaan, een vennootschap of meerdere aanvullende pensioencontracten kan de impact aanzienlijk verschillen.