Tax

De Belgische liquidatiereserve: geen voordeel voor de Nederlandse aandeelhouder

De liquidatiereserve geldt in België voor de kleine vennootschap als een aantrekkelijke manier om winst fiscaal voordelig uit te keren. Voor een Nederlandse aandeelhouder gaat die belofte niet op, en dat geldt zowel voor de particuliere aanmerkelijkbelanghouder als voor de vennootschap met een kwalificerende deelneming.

21 september 2026 5 minuten
Belgische liquidatiereserve

In het kort:

De verlaging van de roerende voorheffing bij latere uitkering is voor een Nederlandse aandeelhouder geen echt voordeel, maar hooguit een verschuiving van heffingsbevoegdheid van België naar Nederland met een gelijk totaalresultaat. De 10%-afzonderlijke aanslag bij de vórming van de reserve is daarentegen wél een echte, extra kostenpost: die heffing vindt plaats op het niveau van de Belgische vennootschap, geldt niet als bronbelasting op een dividend, en is dus niet verrekenbaar met de Nederlandse aanmerkelijkbelangheffing van de achterliggende aandeelhouder.

Hoe werkt de liquidatiereserve?  #

De Belgische liquidatiereserve is een populair instrument om winst fiscaal voordelig binnen de vennootschap te reserveren. De kleine vennootschap volgens Belgisch vennootschapsrecht brengt (een deel van) haar winst onder in een liquidatiereserve en betaalt daarover een eenmalige afzonderlijke aanslag van 10%. Een latere uitkering van die reserve is vervolgens onderworpen aan een verlaagde roerende voorheffing — 6,5% bij uitkering na drie jaar (regime vanaf 29 juli 2025) of 5% onder het oude regime na vijf jaar — en zelfs volledig vrij van roerende voorheffing indien de uitkering plaatsvindt bij vereffening van de vennootschap. Noteer dat liquidatiereserves die vanaf 31 december 2025 worden aangelegd, voortaan standaard na drie jaar kunnen worden uitgekeerd, weliswaar tegen een verhoogde roerende voorheffing van 9,8% in plaats van 5% of 6,5%. Hierdoor wordt de totale druk samen met de eenmalige afzonderlijke heffing op 18% gebracht.

De wetswijziging heeft tot gevolg dat er een keuzemogelijkheid ontstaat voor vennootschappen die vóór 31 december 2025 liquidatiereserves hebben aangelegd. Zij kunnen hun opgebouwde liquidatiereserves uitkeren na een wachttijd van drie jaar tegen een roerende voorheffing van 6,5%, of na vijf jaar tegen het oorspronkelijke tarief van 5%. Deze verkorte termijn en het gewijzigde tarief zijn van toepassing op dividenden die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 29 juli 2025. Er moet dus een afweging worden gemaakt tussen het rendement en de hogere fiscale kost van een vervroegde uitkering van liquidatiereserves die vóór 31 december 2025 werden aangelegd.

Hoewel de Belgische wetgever de afgelopen jaren de regels rond de liquidatiereserve heeft aangepast (e.g., wachttermijnen, tarieven etc.) biedt het regime (Belgische) kmo-aandeelhouders aldus nog altijd een fiscaal voordelige manier om winsten uit de vennootschap te halen, hetzij tijdens het bestaan van de vennootschap, hetzij bij vereffening.

Waarom dit voor de Nederlandse aanmerkelijkbelanghouder geen voordeel biedt #

Voor een in Nederland woonachtige aanmerkelijkbelanghouder gaat deze vergelijking niet op. De reden is dat niet de hoogte van de Belgische bronheffing bepalend is voor de totale belastingdruk, maar de vraag of die heffing verrekenbaar is met de Nederlandse belasting.

Een Nederlandse aanmerkelijkbelanghouder wordt in Nederland belast over het volledige brutodividend tegen het box 2-tarief (in 2026: 24,5% tot € 68.843, 31% daarboven). De Belgische bronbelasting die op dat dividend wordt ingehouden, wordt vervolgens verrekend met de Nederlandse aanslag ter voorkoming van dubbele belasting. Zolang die Belgische bronbelasting lager is dan de Nederlandse belasting over hetzelfde dividend, zoals bij het verdragstarief van 15% voor een particuliere aandeelhouder, afgezet tegen het Nederlandse tarief van 24,5%/31%, vrijwel steeds het geval, wordt zij volledig verrekend. De totale belastingdruk komt dan simpelweg uit op het Nederlandse tarief: het maakt voor die totale druk niet uit of België 15%, 5% of 0% inhoudt, want elke euro die België minder inhoudt, heft Nederland gewoon extra. De bronbelasting verschuift dus alleen tussen de Belgische en de Nederlandse schatkist en vermindert de totale druk voor de Nederlandse aandeelhouder niet.

Per saldo levert de liquidatiereserve voor een Nederlandse aandeelhouder dus geen besparing op, maar een extra, definitieve belastinglaag.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief over ondernemen in Nederland. 

Ontvang elk kwartaal relevante updates voor jouw Nederlandse activiteit.

Cijfervoorbeeld #

Neem bijvoorbeeld een Belgische vennootschap met € 100.000 aan winst na Belgische vennootschapsbelasting, vóór aanleg van liquidatiereserves, gehouden door een in Nederland woonachtige aanmerkelijkbelanghouder wiens box 2-inkomen al boven de schijfgrens uitkomt, zodat het tarief van 31% van toepassing is.

Gewoon dividendUitkering via liquidatiereserve
Afzonderlijke aanslag bij vorming (10%)-€9.090,90
Beschikbaar voor uitkering€100.000€90.909,09
Belgische roerende voorheffing€15.000 (verdragstarief 15%)€0 (uitkering bij vereffening)
Nederlandse box 2-heffing (31% over bruto)€31.000€28.181,82
Verrekening Belgische bronbelasting-€15.000-€0
Per saldo verschuldigd in Nederland€16.000€28.181,82
Totale belastingdruk€31.000€37.272,72
Netto voor de aandeelhouder€69.000€62.727,28

Bij een gewone dividenduitkering bedraagt de totale druk € 31.000. Dit is exact het Nederlandse box 2-tarief omdat de volledige Belgische bronbelasting verrekenbaar is. Bij uitkering via de liquidatiereserve loopt de totale druk op tot € 37.272,72: de 10%-heffing van € 9.909,90 komt gewoon bovenop de Nederlandse heffing, zonder dat daar een lagere Nederlandse heffing tegenover staat. Per saldo houdt de aandeelhouder bijna € 6.272,72 minder over dan wanneer de vennootschap dezelfde winst rechtstreeks als dividend had uitgekeerd.

De deelnemingssituatie: andere reden, zelfde nadeel #

Ook wanneer de Belgische vennootschap wordt gehouden door een Nederlandse vennootschap met een kwalificerende deelneming is de liquidatiereserve eveneens nadelig. In die situatie is het dividend in Nederland vrijgesteld onder de deelnemingsvrijstelling, zodat de hiervoor beschreven verrekeningsproblematiek niet speelt. Dat betekent echter niet dat de liquidatiereserve dan voordelig is.

Bij een kwalificerende deelneming heeft de Nederlandse moedervennootschap op grond van de Moeder-dochterrichtlijn (Richtlijn 2011/96/EU) namelijk sowieso al recht op een vrijstelling van Belgische bronbelasting bij een gewone winstuitkering, zonder dat daarvoor eerst een liquidatiereserve hoeft te worden gevormd. Het voordeel dat de liquidatiereserve claimt te bieden, een uitkering zonder bronbelasting, wordt in die situatie dus al kosteloos bereikt via de richtlijn. De 10%-afzonderlijke aanslag bij de vorming van de reserve is dan een zuiver onnodige extra last: ze koopt iets wat al gratis was.

Gewoon dividend (richtlijn)Uitkering via liquidatiereserve
Afzonderlijke aanslag bij vorming (10%)-€9.090,90
Beschikbaar voor uitkering€100.000€90.909,09
Belgische bronbelasting€0 (Moeder-dochterrichtlijn)€0 (uitkering bij vereffening)
Nederlandse heffing€ 
(deelnemersvrijstelling)
€0 (deelnemersvrijstelling)
Totale belastingdruk€0€9.090,90
Netto voor de vennootschap€100.000€90.909,09

Ook voor de Nederlandse moedervennootschap die van de deelnemingsvrijstelling profiteert, is de liquidatiereserve dus per saldo nadelig. Dit niet vanwege een verrekeningsprobleem zoals bij de aanmerkelijkbelanghouder, maar omdat bij de vorming een prijs wordt betaald voor een vrijstelling die toch al bestond.

Kanttekening #

De hiervoor geschetste conclusie voor de aanmerkelijkbelanghouder steunt op de veronderstelling dat de Belgische bronbelasting bij een gewone dividenduitkering steeds volledig verrekenbaar is. Dat is geen automatisme: verrekening is afhankelijk van voldoende Nederlandse verschuldigde belasting in hetzelfde jaar om tegen te verrekenen en van de toepasselijke verrekeningsregels. In de praktijk is dat bij een aanmerkelijkbelanghouder met dit tariefverschil (15% Belgisch tegenover 24,5%/31% Nederlands) echter zo goed als altijd het geval.

Conclusie #

Voor vrijwel elke Nederlandse aandeelhouder, zowel de natuurlijke persoon met een aanmerkelijk belang als de vennootschap met een kwalificerende deelneming, voegt de liquidatiereserve alleen maar een extra heffing toe, zonder dat daar in Nederland iets tegenover staat. Bij de aanmerkelijkbelanghouder is de 10%-heffing een niet-verrekenbare kostenpost die de totale druk verhoogt; bij de deelnemingsvrijstelling-situatie is diezelfde heffing een onnodige prijs voor een vrijstelling die de Moeder-dochterrichtlijn toch al gaf. In beide gevallen geldt: het fiscale voordeel dat de liquidatiereserve adverteert, wordt in Nederland (deels of geheel) teruggenomen of was al kosteloos beschikbaar, terwijl de Belgische kostprijs van 10% hoe dan ook verschuldigd blijft.

Deze bijdrage kwam tot stand in samenwerking met onze Nederlandse partner Vermetten.

Op zoek naar een partner die je ondersteunt over grenzen heen?

Voor al je fiscale, juridische, financiële of andere ondernemersvragen kun je bij onze experten terecht.

Interessante inzichten en adviezen

Alle inzichten
Hero vrijstelling doorstorting BV

Subsidies Tax

Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: maandelijkse korting die oploopt

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing kan je loonkosten aanzienlijk verlagen. Afhankelijk van je situatie kan je een deel van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op het loon van je medewerkers behouden. Het financiële voordeel kan maand na maand oplopen, maar de voorwaarden zijn strikt en moeten blijvend worden opgevolgd. In dit artikel ontdek je welke vrijstellingen het vaakst voorkomen, waar de belangrijkste aandachtspunten liggen en welke veranderingen eraan komen.

8 oktober 2026 6 minuten
Transfer Pricing

Tax

Transfer Pricing update 2026

Specifieke transfer pricing-documentatie is in België verplicht voor ondernemingen die deel uitmaken van een multinationale groep en bepaalde (financiële) drempels overschrijden. Sinds boekjaar 2025 gelden er in België strengere regels. Als onderneming is tijdig schakelen dus een must. Om je alvast vooruit te helpen, lijsten we de belangrijkste veranderingen voor je op.

24 september 2026 2 minuten
Arrest Stellantis

Tax

Transfer Pricing en btw: wat leert het arrest Stellantis ons?

Transfer pricing-correcties vormen al jaren een heikel punt binnen de btw-praktijk. De kernvraag is telkens hoe dergelijke correcties btw‑matig moeten worden verwerkt: als een gefactureerde dienst met btw, een zuivere financiële transactie zonder btw of als een prijsaanpassing van de eerder geleverde prestaties. Met het recente arrest Stellantis (C‑603/24) heeft het Hof van Justitie opnieuw richting proberen geven aan de btw‑behandeling van transfer pricing‑correcties. Het Hof slaagt hier maar beperkt in.

1 september 2026 2 minuten

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Wij blijven nieuwe verhalen schrijven en onze expertise delen. Wil je dat vers van de pers? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Ik wil graag nieuws van VGD ontvangen in de toekomst
Ik ga akkoord met de privacy policy.* 
Ik ben op de hoogte van de privacy policy 

Contacteer onze experten

Alle uitdagingen binnen je onderneming verdienen een oplossing op maat. Neem contact met ons op en we brengen je in contact met de juiste expert.