Vragen over jouw transfer pricing of btw?
Vraag het aan een team van experten die beide takken beheersen en afwegen.
Transfer pricing-correcties vormen al jaren een heikel punt binnen de btw-praktijk. De kernvraag is telkens hoe dergelijke correcties btw‑matig moeten worden verwerkt: als een gefactureerde dienst met btw, een zuivere financiële transactie zonder btw of als een prijsaanpassing van de eerder geleverde prestaties. Met het recente arrest Stellantis (C‑603/24) heeft het Hof van Justitie opnieuw richting proberen geven aan de btw‑behandeling van transfer pricing‑correcties. Het Hof slaagt hier maar beperkt in.
Het arrest Stellantis brengt geen definitief antwoord op die kwalificatie, maar verduidelijkt wel het beoordelingskader. Enkel wanneer er sprake is van een rechtsverhouding met duidelijk omschreven, afdwingbare prestaties tegenover een identificeerbare vergoeding, kan er sprake zijn van een btw‑belaste dienst. Dit onderstreept het fundamentele belang van de contractuele afspraken en de economische realiteit.
Concreet betekent dit dat het aangewezen is om bij transfer pricing correcties systematisch te toetsen welke afspraken contractueel zijn vastgelegd en in hoeverre de gekozen btw‑behandeling op basis daarvan verdedigbaar is.
Voor de btw‑behandeling van transfer pricing‑correcties bestaat geen geharmoniseerd Europees kader. In de praktijk vallen lidstaten terug op algemene principes zoals het bestaan van een rechtsverhouding en een rechtstreeks verband tussen prestatie en vergoeding. Dit leidt tot een versnipperd speelveld waarbij gelijkaardige situaties verschillend worden behandeld.
Transfer pricing‑correcties zijn daardoor niet alleen technisch complex, maar ook een bron van fiscale discussie.
In het arrest Stellantis (C-603/24) is het hof duidelijk op één punt. De betrokken transfer pricing-correcties afgesproken tussen groepsorganisaties om een vooraf bepaalde targetmarge te halen vormen geen vergoeding voor een btw‑belaste dienst.
Een dienst veronderstelt afdwingbare prestaties tegenover een bepaalbare vergoeding.
In Stellantis ontbrak dat, want:
de overeenkomst regelde enkel de marge;
er waren geen concrete dienstverplichtingen;
zelfs mocht er sprake zijn van een handeling die zou aangemerkt kunnen worden als een dienstprestatie dan was er geen rechtstreeks verband tussen prestatie en betaling;
correcties konden bovendien positief of negatief zijn.
Met als conclusie dat het hier volgens het hof niet gaat om een dienst onder bezwarende titel.
Hier stopt de duidelijkheid. Het Hof sluit niet uit dat dezelfde correcties een prijsaanpassing van eerdere leveringen kunnen vormen. Dit zou een aanpassing van de btw‑grondslag impliceren, met belangrijke praktische gevolgen.
Het Hof geeft echter geen criteria om dit onderscheid te maken en laat de beoordeling over aan de nationale rechter. De centrale vraag blijft dus onbeantwoord: wanneer wordt een transfer pricing correctie btw‑relevant?
Waar Stellantis geen dienst vaststelt, bevestigt het eerdere arrest Arcomet (C-726/23) wanneer die kwalificatie net wel geldt.
In Arcomet was er:
een duidelijke dienstenovereenkomst;
afdwingbare prestaties;
en een identificeerbare tegenprestatie.
Dat de vergoeding variabel was, verhinderde btw‑heffing niet. Samen tonen beide arresten geen uniforme lijn, maar een spectrum. De grijze zone daartussen blijft onduidelijk.
Het arrest Stellantis verduidelijkt wat buiten btw valt, maar geeft geen werkbaar kader voor wat wel onder btw kan vallen. De btw‑behandeling van TP‑correcties blijft daardoor casuïstisch en onzeker, en dus een blijvende bron van discussie.
De enige werkbare aanpak is een proactieve en onderbouwde analyse per dossier — maar zonder garantie op volledige rechtszekerheid. In het geval van discussies met de btw-administratie kunnen eventueel boetes worden opgelegd voor het niet uitreiken van facturen, het niet afdragen van btw en/of het onterecht aftrekken van btw. Rekening houdend met de grootorde van de bedragen voor correcties inzake btw ben je dus best voorbereid op een mogelijke discussie.
Vraag het aan een team van experten die beide takken beheersen en afwegen.
Specifieke transfer pricing-documentatie is in België verplicht voor ondernemingen die deel uitmaken van een multinationale groep en bepaalde (financiële) drempels overschrijden. Sinds boekjaar 2025 gelden er in België strengere regels. Als onderneming is tijdig schakelen dus een must. Om je alvast vooruit te helpen, lijsten we de belangrijkste veranderingen voor je op.
Nieuwe vestigingen, extra medewerkers, activiteiten in meerdere landen: stuk voor stuk goed nieuws, tot je merkt dat je organisatie fiscaal en juridisch niet meer helemaal klopt. Daar liep ook Simera Sense tegenaan, een Leuvense scale-up met roots in Kaapstad die camera's bouwt voor aardobservatiesatellieten. Samen met VGD werkte het bedrijf aan een transfer pricing-model dat niet alleen vandaag verdedigbaar is, maar ook meegroeit met de ambities van morgen
Vanaf 1 mei 2026 wordt de btw-rekening-courant vervangen door de btw-provisierekening. Deze rekening, die je op elk moment kan raadplegen via MyMinfin, wordt het centrale instrument voor het beheer van je btw-betalingen en btw-tegoeden. Onze experten lijsten de belangrijkste veranderingen voor je op.
Wij blijven nieuwe verhalen schrijven en onze expertise delen. Wil je dat vers van de pers? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!
Alle uitdagingen binnen je onderneming verdienen een oplossing op maat. Neem contact met ons op en we brengen je in contact met de juiste expert.