Heb je vragen over de veranderingen?
De nieuwe regels impacteren ondernemers sterk. Heb je vragen over de impact op jouw onderneming?
Op 30 december 2025 werd de langverwachte Wet Diverse Bepalingen 2025 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze wet omvat niet alleen belangrijke fiscale hervormingen, maar brengt ook wijzigingen op het vlak van werk en sociale zekerheid. In dit artikel zetten we de belangrijkste nieuwigheden op een rij.
Vanaf aanslagjaar 2026 wordt de federale interestaftrek afgeschaft, zowel voor lopende als nieuw aangegane schulden. Daarnaast verdwijnen ook de federale woonbonus en de vermindering voor interesten van groene leningen vanaf hetzelfde aanslagjaar.
Het maximumpercentage van de forfaitaire kosten eigen aan de werkgever stijgt van 30% naar 35% van de brutojaarbezoldiging, én de absolute grens van € 90 000 wordt afgeschaft. Tevens daalt het vereiste minimumloon voor Ingekomen Belastingplichtigen (BBIB) van € 75 000 naar € 70 000. Deze wijzigingen gelden voor bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2025.
Werknemers of bedrijfsleiders die tussen 1 januari 2025 en 9 januari 2026 zijn gestart en voldoen aan alle voorwaarden (behalve de oude bezoldigingsgrens van € 75 000, maar wel aan de nieuwe grens van € 70 000), kunnen alsnog een aanvraag indienen om retroactief van het regime te genieten. De aanvraag moet binnen drie maanden na 9 januari 2026 gebeuren, en de toepassing start retroactief vanaf de indiensttreding in België (ten vroegste op 1 januari 2025).
Merk op dat deze wijziging op vlak van sociale zekerheid niet wordt gevolgd voor inkomstenjaar 2025. De forfaitaire kostenvergoeding blijft daardoor vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen, zolang de oorspronkelijke grenzen worden gerespecteerd (max. 30% en € 90 000). Het blijft af te wachten of de sociale zekerheidsautoriteiten vanaf 2026 verdere aanpassingen zullen doorvoeren.
Voor niet-gepensioneerden stijgt de belastingvrije som tot € 18 000 vanaf aanslagjaar 2026. Dit plafond wordt jaarlijks geïndexeerd, zodat het bedrag meegroeit met de levensduurte.
Uitsluitend in de personenbelasting (lees: voor zelfstandigen met een eenmanszaak) wordt een nieuw fiscaal aftrekbaarheidsschema geïntroduceerd voor hybride wagens die gekocht, geleased of gehuurd worden. Daarbij wordt gekeken naar de datum van ondertekening op het contract van de leasing/huur of de bestelbon van de wagen.
| Datum contract | Maximale aftrek |
| Tot en met eind 2027 | 75% |
| In 2028 | 65% |
| In 2029 | 57,5% |
| Vanaf 2030 | Geen (0%) |
Brandstofkosten voor plug-inhybrides gekocht, gehuurd of geleased vanaf 1 januari 2026 zijn niet langer aftrekbaar als beroepskosten. De laadkosten zijn daarentegen wel nog steeds aftrekbaar, op dezelfde manier als voor volledig elektrische voertuigen (namelijk 100% in 2026).
Voor vennootschappen blijft de huidige afbouwregeling voor de aftrek van hybride wagens behouden: 75% in 2025, 50% in 2026, 25% in 2027 en 0% vanaf 2028.
Om investeringen te stimuleren, is de aftrekbeperking bij de overgedragen investeringsaftrek geschrapt, net zoals het cumulverbod met gewestelijke staatssteun op activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2025.
Vanaf aanslagjaar 2027 zullen grote vennootschappen bij toepassing van de thematische investeringsaftrek ook kunnen genieten van het tarief van 40% (i.p.v. 30%) dat op vandaag reeds van toepassing is voor kleine vennootschappen.
De aftrekbaarheid en belastbaar gedeelte worden geleidelijk afgebouwd van 80% naar 50%, gespreid over drie jaar:
Uitkeringen naar landen buiten de EER, m.u.v. Zwitserland, zullen niet langer aftrekbaar zijn voor belastbare tijdperken eindigend na 30 december 2025.
Om studentenwerk te stimuleren heeft de wetgever de grens van de nettobestaansmiddelen voor kinderen ten laste eenvormig opgetrokken tot € 12 000 vanaf aanslagjaar 2026. Dit plafond zal jaarlijks geïndexeerd worden.
Studiebeurzen worden niet als bestaansmiddelen in aanmerking genomen voor zover die geen aanleiding geven tot opbouw van al dan niet volledige rechten inzake sociale zekerheid (doctoraatsbeurzen worden wel als bestaansmiddel gerekend).
Genieters van een leefloon komen niet langer in aanmerking als ‘persoon ten laste’.
De indexering van bepaalde fiscale uitgaven wordt bevroren op de geïndexeerde bedragen van aanslagjaar 2025 en dit tot en met aanslagjaar 2030. Het maximumbedrag van het belastingkrediet voor kinderen ten laste wordt permanent bevroren op € 550.
Ondernemers met een eenmanszaak kunnen een belastingkrediet verkrijgen bij het verhogen van hun eigen middelen. Niet alleen wordt het tarief verdubbeld van 10% naar 20%, ook het maximumbedrag van het belastingkrediet stijgt van € 3 750 naar € 7 500 vanaf aanslagjaar 2026.
Een reeks belastingverminderingen en aftrekposten verdwijnen, zoals onder andere de belastingverminderingen voor huisbedienden, adoptiekosten, rechtsbijstand, of stortingen aan ontwikkelingsfondsen. Ook het verhoogde forfait voor verre verplaatsingen verdwijnt.
De belastingvermindering voor giften wordt verlaagd van 45% naar 30% vanaf aanslagjaar 2026.
Ook de vrijstellingen voor de meerwaarden op bedrijfsvoertuigen, het sociaal passief en het PC-privé-plan (voor tussenkomsten door de werkgever vanaf 1 oktober 2025) verdwijnen.
Het maximumbedrag van de werkgeversbijdrage stijgt van € 6,91 naar € 8,91, waardoor de netto-maaltijdcheque € 10 bedraagt. De aftrekbare beroepskost verdubbelt van € 2 naar € 4 indien de maximale tussenkomst wordt toegekend. Als de werkgever een tussenkomst toekent die lager is dan het maximum, blijft de fiscaal aftrekbare kostprijs max. € 2/maaltijdcheque. Deze wijziging geldt voor elektronische maaltijdcheques toegekend vanaf 1 januari 2026. Meer over de wijzigingen aan de maaltijdcheques en hoe je ze kan invoeren, kan je lezen in ons vorige artikel.
Bij uitstap uit een DBI-bevek wordt een meerwaardebelasting van 5% ingevoerd. De verrekening van roerende voorheffing op dividenden van een DBI-bevek wordt gekoppeld aan de minimale bedrijfsleidersbezoldiging. Let op: wijzigingen aangebracht vanaf 3/2/2025 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar, die door de belastingplichtige niet verantwoord worden door andere motieven dan het ontwijken van de bepalingen, blijven zonder uitwerking.
Om de DBI‑regeling in overeenstemming te brengen met de moeder‑dochterrichtlijn, kan de DBI‑aftrek van het lopende jaar voortaan eveneens worden toegepast op het deel van de groepsbijdrage dat het negatief resultaat, vastgesteld vóór de opname van de groepsbijdrage in de belastbare grondslag van het belastbare tijdperk, overschrijdt.
Ook in de vennootschapsbelasting verdwijnen voordelen zoals:
Ook in de vennootschapsbelasting zijn de nieuwe regels rond investeringsaftrek van toepassing, zoals hierboven toegelicht bij het onderdeel ‘personenbelasting’.
Zoals hierboven toegelicht, blijven de regels inzake de autofiscaliteit voor plug‑inhybrides binnen vennootschappen ongewijzigd. De aangekondigde wijziging heeft uitsluitend gevolgen voor zelfstandigen met een eenmanszaak.
De verjaringstermijnen van zes en tien jaar voor semi-complexe en complexe aangiftes worden teruggebracht naar vier in beide gevallen. Bij fraude/belastingontduiking wordt de termijn verkort van tien jaar naar zeven jaar. De maatregelen worden met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf aanslagjaar 2023.
Vanaf 1 december 2026 kunnen de ambtenaren die belast zijn met onderzoek van de correcte aangifte van de jaarlijkse taks op effectenrekeningen volgende zaken opvragen bij het CAP:
Naast de maatregelen die reeds in deze wet zijn opgenomen, liggen er nog andere wetgevende initiatieven op tafel. Op 12 december 2025 heeft de Ministerraad in tweede lezing volgende belangrijke wetsontwerpen goedgekeurd, die binnenkort door het parlement zullen worden behandeld:
Verder worden momenteel nog de modaliteiten uitgewerkt met betrekking tot de tariefverhoging binnen de regimes van VVPRbis en liquidatiereserves.
Voor de zogenaamde 'centenindex', die eerder bepaald werd, is nog geen officieel wetsontwerp gepubliceerd. Daardoor kon deze nog niet worden doorgevoerd in januari 2026. De inwerkingtreding wordt vermoedelijk voorzien op 1 april 2026. In afwachting van het wetsontwerp blijft de volledige indexering behouden in de sectoren met een indexatie in het eerste kwartaal.
De startbaanverplichting, waarbij werkgevers met meer dan 50 werknemers verplicht werden om een minimum aantal jongeren tewerk te stellen, is sinds 1 januari 2026 afgeschaft.
Het contingent studentenuren werd in 2025 al verhoogd naar 650 uren. Bijkomend zullen nu ook leerlingen vanaf 15 jaar toegestaan worden om aan studentenarbeid te doen. Dat zal echter onder specifieke voorwaarden moeten gebeuren en beperkt zijn tot ‘lichte arbeid’.
De 'Federal Learning Account' werd afgeschaft. Het opleidingsrecht en de interne registratieplicht blijft behouden. In de plaats van de 'Federal Learning Account' komt een minder administratief belastend alternatief, maar dat wordt momenteel nog uitgewerkt.
De wetgever plant de herinvoering van de proefperiode in de Belgische arbeidswetgeving. Het nieuwe systeem moet werkgevers opnieuw meer flexibiliteit geven tijdens de opstartfase van een tewerkstelling. Dankzij de proefperiode zou de arbeidsovereenkomst tijdens de eerste zes maanden van een nieuwe tewerkstelling stopgezet kunnen worden met een opzegtermijn van een week.
De regering zet sterk in op het activeren van zieken en langdurig werklozen. De nieuwe regels leggen meer nadruk op een actief en duidelijk verzuimbeleid. Elke werkgever moet voortaan een formele procedure voor contactname bij ziekte opnemen in het arbeidsreglement. Bovendien wordt de re‑integratieprocedure sneller en uitgebreider, met een verplichte beoordeling van het werkpotentieel na 8 weken arbeidsongeschiktheid.
Daarnaast daalt het aantal ziektedagen zonder attest van 3 naar 2 per jaar en wordt de hervaltermijn verlengd tot 8 weken (vanaf 01/01/2026). Voor bedrijven met meer dan 50 werknemers komt er een solidariteitsbijdrage van 30% op ziekte en invaliditeitsuitkeringen: vanaf 2026 tijdens de 2e en 3e maand arbeidsongeschiktheid, en vanaf 2027 van de 2e tot de 5e maand.
Vanaf 2026 wordt het systeem van vrijwillige overuren in België grondig hervormd. Het bestaande systeem van gewone vrijwillige overuren en relance-overuren wordt per 1 april vervangen door één uniform stelsel met een ruimer contingent, waarbij werknemers tot 360 vrijwillige overuren per jaar zullen kunnen presteren (en tot 450 overuren in de horecasector).
Van deze overuren zullen 240 uren fiscaal en sociaal voordelig worden behandeld (geen overloon, geen sociale bijdragen en geen belastingen – “bruto = netto”). In de periode 1 januari tot 31 maart 2026 blijft een overgangsregeling gelden (verlenging van de bestaande relance- en vrijwillige overuren), waarbij gepresteerde relance-uren tot een maximum van 120 uren in mindering zullen worden gebracht van het voordelige contingent vanaf april 2026.
De nieuwe regels impacteren ondernemers sterk. Heb je vragen over de impact op jouw onderneming?
Wil je als werkgever je medewerkers motiveren met een extraatje, zonder dat het fiscaal zwaar wordt belast? Dan is de CAO 90-bonus, oftewel de loonbonus, een interessante optie! Dit systeem laat ondernemingen toe om op een voordelige manier een collectieve bonus toe te kennen, zolang bepaalde voorwaarden worden gerespecteerd. Maar hoe werkt het precies? We zetten het voor je op een rijtje!
De activatie van een holding wordt steeds belangrijker en dat op verschillende scharniermomenten. Denk bijvoorbeeld aan het opstromen van dividenden, de latere verkoop van de aandelen van de holding en bij de overdracht van de aandelen naar de volgende generatie (bij schenking/vererving), waarbij de toepassing van enige fiscale antimisbruikbepalingen minder voor de hand liggend is. We schetsen de belangrijkste situaties en geven concrete tips om jouw passieve holding te activeren.
VGD doet er alles aan om je privacy te beschermen en te respecteren. Door op 'ik schrijf me in' te klikken, ga je ermee akkoord dat we de hierboven ingediende persoonlijke informatie kunnen opslaan en verwerken om de gevraagde inhoud te verstrekken.
Wij blijven nieuwe verhalen schrijven en onze expertise delen. Wil je dat vers van de pers? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!
Heb je nood aan een expert die je helpt met de uitdagingen van je onderneming? Neem contact op met onze adviseurs!