Heb je vragen over jouw holdingstructuur?
Heb je vragen over jouw specifieke holdingstructuur? Of zijn er discussies met de belastingadministratie? Aarzel dan zeker niet om contact op te nemen met onze experten!
De activatie van een holding wordt steeds belangrijker en dat op verschillende scharniermomenten. Denk bijvoorbeeld aan het opstromen van dividenden, de latere verkoop van de aandelen van de holding en bij de overdracht van de aandelen naar de volgende generatie (bij schenking/vererving), waarbij de toepassing van enige fiscale antimisbruikbepalingen minder voor de hand liggend is. We schetsen de belangrijkste situaties en geven concrete tips om jouw passieve holding te activeren.
Passieve vennootschappen zijn in principe lege vennootschappen die geen eigen economische activiteit hebben. Dergelijke vennootschappen bezitten vaak de aandelen van een operationele vennootschap, zonder tussen te komen in het beheer van deze vennootschap en hebben doorgaans geen eigen kantoor of werknemers op de payroll.
Passieve holdings kunnen verschillende juridische vormen aannemen, zoals een vennootschap, een trust of een stichting. Ze worden vaak gebruikt door individuen of families om hun vermogen te beheren/beschermen en door bedrijven om hun eigendomsstructuur te centraliseren en/of af te schermen.
De passieve (holding)vennootschappen zijn al jarenlang een doorn in het oog van de Belgische belastingadministratie. Er werden al maatregelen genomen om dergelijke vennootschappen aan te pakken. Een holding activeren biedt dan ook de juiste basis om discussies omtrent misbruik te vermijden.
In het kader van familiale planning biedt de activatie van een holding dan weer de nodige houvast en bescherming, omdat de volledige waarde van de actieve holding kan kwalificeren onder een familiaal gunstregime. Dit betekent een fiscale optimalisatie bij een eventueel plots overlijden of overdracht naar de volgende generatie. Bij een passieve holding daarentegen zal de holding slechts kwalificeren ten belope van de waarde in de onderliggende actieve vennootschappen.
Bovendien dient er rekening te worden gehouden met de nieuwe wetgeving inzake het familiaal karakter die in werking trad op 1 januari 2026, waarbij het residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) wordt gefilterd uit het familiaal gunstregime en dit zowel bij een actieve als passieve holding.
De Belgische belastingadministratie heeft in de praktijk specifieke actie ondernomen om misbruik van passieve holdings aan te pakken. Zo werd er bijvoorbeeld door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge op 21 oktober 2024 geoordeeld dat het gebruik van een passieve holdingstructuur bij een overname (die met schuld werd gefinancierd) misbruik uitmaakt van de moeder-dochterrichtlijn. Dit leidde tot de weigering van de vrijstelling van roerende voorheffing op de uitgekeerde dividenden (waarvan de ontvangen middelen werden gebruikt om voormelde schuld af te lossen). Dit standpunt zal in hogere rechtspraak in principe worden aangevochten. De uitspraak daarvan heeft mogelijks grote implicaties op de gekende acquisitiestructuren.
In Nederland speelde zich recent een gelijkaardige discussie af in de zogenaamde ‘Belgische holdingarresten’. De centrale vraag in deze arresten was of twee Belgische holdingvennootschappen (waarvan de aandeelhouders Belgische families waren) aanspraak kunnen maken op de vrijstelling van roerende voorheffing bij het ontvangen van dividenden van een Nederlandse vennootschap. In dit kader werd de vrijstelling van roerende voorheffing geweigerd omdat het passief aanhouden van de aandelen in de Nederlandse vennootschap kunstmatig wordt geacht te zijn en er geen economische rechtvaardiging is voor de tussenkomst van de Belgische holdingvennootschappen (die geen eigen personeel of eigen kantoor hebben).
Heb je een passieve holding of ben je van plan er een op te richten (bijv. in het kader van het nieuwe meerwaardebelastingregime om in aanmerking te komen voor de voordeligere taxatie “aanmerkelijk belang”)? Let dan op voor fiscaal ongewenste neveneffecten. Het kan namelijk niet worden uitgesloten dat de DBI-aftrek en/of vrijstelling van roerende voorheffing bij opstromen van dividenden wordt geweigerd door de (Belgische of buitenlandse) belastingadministraties.
Een andere vaak voorkomende situatie is wanneer een natuurlijk persoon de aandelen van een holding verkoopt (en niet de onderliggende operationele vennootschappen). De gerealiseerde meerwaarden van deze verkoop, voor zover die kadert binnen het normaal beheer van het privévermogen, zijn doorgaans belastingvrij of worden gunstiger belast op basis van het nieuwe meerwaardebelasting-regime (in vergelijking met de verkoop van aandelen door de holding gevolgd door een (dividend)uitkering van de ontvangen verkoopprijs). Als de holding als “passief” beschouwd kan worden, bestaat het risico dat de fiscus oordeelt dat het niet de bedoeling was om de aandelen van de passieve holding over te nemen, maar louter de aandelen van de onderliggende operationele vennootschappen (en zeker als de holding kortelings na de overname wordt vereffend).
Gelet op de fiscale complicaties is het van cruciaal belang om te zorgen dat ingeval van verkoop van een holding deze over voldoende (economische) substantie beschikt vooraleer je overgaat tot de verkoop. Dit voorkomt niet alleen de kans op potentiële fiscale problemen, maar maakt de holding ook aantrekkelijker voor potentiële kopers.
Een ander belangrijk aspect bij de verkoop van een holding - en niet van de onderliggende aandelen - is de aanwezigheid van overtollige liquide middelen, ook wel 'excess cash' genoemd. Wanneer de vennootschap over 'excess cash' beschikt en beslist om deze niet voorafgaandelijk uit te keren maar mee over te dragen en te verrekenen in de overnameprijs, wordt de roerende voorheffing bij uitkering vermeden op deze ‘excess cash’. Vanwege het vermijden van roerende voorheffing kijkt de fiscus kritisch naar dergelijke transacties.
“Concreet betekent dit dus dat er bij een passieve holding een tweeledige filtering zal gebeuren, hetgeen niet het geval is bij een actieve holding.”
Holdings komen vaak voor in het kader van familiale planning. Ze laten toe om het vermogen centraal te beheren, de controle over diverse participaties te bewaren en overdrachten aan volgende generaties fiscaal en juridisch efficiënt te structureren. Dit zijn, samen met risicospreiding, absoluut legitieme economische motieven die door de fiscus en de rechtbanken (moeten) worden erkend.
Ook in dat kader is een activatie van een holding relevant. Er is namelijk een fiscaal gunstregime in de erf- en schenkbelasting in het kader van een familiale vennootschap.
Een vennootschap kan kwalificeren als familiale vennootschap onder bepaalde voorwaarden (één daarvan is dat er een activiteit aanwezig dient te zijn). Indien een vennootschap kan kwalificeren als familiale vennootschap, heeft dit een belangrijke fiscale impact:
De aandelen kunnen worden geschonken aan 0% (i.p.v. het gangbaar tarief van 3%) in rechte lijn;
De aandelen kunnen worden vererfd aan het vlak tarief van 3% (i.p.v. de progressieve schijven in de erfbelasting die oplopen tot 27% voor vermogen boven € 250 000) in rechte lijn;
Bij een holdingstructuur moet in functie van het familiaal karakter een tweeledig onderscheid worden gemaakt:
Indien er een activiteit wordt uitgeoefend door de holding zelf, spreekt men van een actieve holding. Om te kunnen kwalificeren als actieve holding in de ogen van VLABEL zijn er verschillende aandachtspunten, want ook in dit kader moet er voldoende substantie aanwezig zijn op het niveau van de holding. Hiervoor zijn er enkele belangrijke ankerpunten zoals:
De aanwezigheid van voldoende (extern) personeel;
Een correcte en marktconforme doorrekening aan de actieve dochtervennootschappen;
Een actief beleid door de holding ten aanzien van de dochtervennootschappen (en dit door overkoepelende diensten te centraliseren op niveau van de holding zoals management/beheer);
Dienstverleningsovereenkomsten;
Etc.
De kwalificatie als een actieve holding heeft belangrijke gevolgen:
De volledige waarde van de holding kwalificeert onder het familiaal gunstregime (schenking 0% - vererving 3% in rechte lijn), behalve de waarde van het residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) binnen de groep. Bij deze filtering kijkt men zowel naar het residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) dat rechtstreeks wordt aangehouden door de holding, als hetgeen wordt aangehouden door de dochter- en kleindochtervennootschappen waar de holding minstens 10% aanhoudt. De waarde van het residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) zal getaxeerd worden onder het normaal fiscaal regime (schenking 3% - vererving 27% in rechte lijn).
Naast de filtering van het residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) binnen de groep, moet er geen verdere proratering gebeuren ten aanzien van de waarde van de onderliggende actieve dochtervennootschappen (hetgeen wel het geval is bij een passieve holding- zie verder);
Indien de holding kwalificeert als actieve holding, is er geen vereiste van een bepaalde minimumparticipatie in één of meer dochtervennootschappen.
Indien er daarentegen geen activiteit wordt uitgeoefend door de holding, is de holding passief en dient er te worden gekeken naar de participaties die de holding aanhoudt in een actieve dochtervennootschap. De holding moet minstens 1 rechtstreekse participatie van 30% aanhouden in 1 actieve dochtervennootschap.
Indien dit het geval is, zal er een pro rata-kwalificatie gebeuren. Deze is tweeledig:
Enerzijds zal de waarde van de actieve onderliggende dochtervennootschappen kunnen kwalificeren als familiale vennootschap (schenking 0% - vererving 3% in rechte lijn), binnen de passieve holding.
Anderzijds moet er ook rekening worden gehouden met eventueel aanwezig residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) binnen de groep. Hierbij kijkt men zowel naar het residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) dat rechtstreeks wordt aangehouden door de holding, als hetgeen wordt aangehouden door de dochter- en kleindochtervennootschappen waar de holding minstens 10% aanhoudt. De waarde van het residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) zal getaxeerd worden onder het normaal fiscaal regime (schenking 3% - vererving 27% in rechte lijn).
Zowel bij een actieve als passieve holding zal er een filtering gebeuren aan de hand van residentieel vastgoed (incl. bouwgronden) binnen de groep. Deze waarde zal niet kunnen worden overgeheveld onder het familiaal gunstregime.
Bovenop de filtering aan de hand van het residentieel vastgoed binnen de groep, moet er ook een filtering gebeuren op basis van de waarde van de actieve onderliggende dochtervennootschappen binnen de passieve holding.
Concreet betekent dit dus dat er bij een passieve holding een tweeledige filtering zal gebeuren, hetgeen niet het geval is bij een actieve holding.
Maak de holding actief betrokken in het beleid, activiteiten en beheer van de dochtervennootschappen (bv. door management/beheersactiviteiten aan te rekenen).
Breng personeel onder in de holding (bv. door middel van shared service-activiteiten).
Maak de holding onafscheidelijk van de operationele dochtervennootschappen (bv. door het aanhouden van vastgoed, licenties, etc.).
Naast substantie (e.g. personeel en activa), moet ook gekeken worden naar de onderliggende economische activiteit. Vermijd (verplichte) snelle (1 op 1) doorstromingen van ontvangen geldstromen.
Een cruciaal element bij de verkoop op niveau van de holding is het laten bestaan van de passieve holding binnen de post-acquisitiestructuur. Als verkoper maak je hierrond best op voorhand goede afspraken met de koper.
Indien de verkoper op leeftijd is, bekijk dan zeker ook het alternatief om te werken met liquidatiereserves op niveau van de holding.
Let op bij aanwezigheid van overtollige liquide middelen ('excess cash') en de verrekening in de overnameprijs.
Vraag een voorafgaand attest aan bij VLABEL na de activatie van een holding zodat u zekerheid heeft over het familiaal karakter van de holding.
Heb je vragen over jouw specifieke holdingstructuur? Of zijn er discussies met de belastingadministratie? Aarzel dan zeker niet om contact op te nemen met onze experten!
Wil je als werkgever je medewerkers motiveren met een extraatje, zonder dat het fiscaal zwaar wordt belast? Dan is de CAO 90-bonus, oftewel de loonbonus, een interessante optie! Dit systeem laat ondernemingen toe om op een voordelige manier een collectieve bonus toe te kennen, zolang bepaalde voorwaarden worden gerespecteerd. Maar hoe werkt het precies? We zetten het voor je op een rijtje!
Op 30 december 2025 werd de langverwachte Wet Diverse Bepalingen 2025 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze wet omvat niet alleen belangrijke fiscale hervormingen, maar brengt ook wijzigingen op het vlak van werk en sociale zekerheid. In dit artikel zetten we de belangrijkste nieuwigheden op een rij.
VGD doet er alles aan om je privacy te beschermen en te respecteren. Door op 'ik schrijf me in' te klikken, ga je ermee akkoord dat we de hierboven ingediende persoonlijke informatie kunnen opslaan en verwerken om de gevraagde inhoud te verstrekken.
Wij blijven nieuwe verhalen schrijven en onze expertise delen. Wil je dat vers van de pers? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!
Heb je nood aan een expert die je helpt met de uitdagingen van je onderneming? Neem contact op met onze adviseurs!