Specifieke vastgoedplannen?
Ons Legal-team volgt de ontwikkelingen op de voet. Heb je nood aan advies over de impact van deze wijziging op jouw geplande aankoop of projectstructuur?
Vanaf 1 januari 2026 treden verschillende hervormingen in werking die het Vlaamse vastgoedrecht ingrijpend zullen beïnvloeden. Dat zorgt niet enkel voor fiscale veranderingen, maar ook voor veranderingen in de contractuele verplichtingen van partijen en in de financiële stimulansen voor renovatie. We lijsten de belangrijkste voorgenomen wijzigingen voor je op!
Het toepassingsgebied waarbinnen je van het verlaagd verkooptarief (2% in plaats van 12%) kan genieten bij de aankoop van de enige eigen woning, wordt vanaf 1 januari 2026 in belangrijke mate ingeperkt.
Ben je benieuwd naar de concrete wijzigingen, en de mogelijkheden om alsnog onder de oude regeling te vallen? In een eerder artikel behandelden we dit uitvoerig.
Vanaf 1 januari 2026 wordt de leegstandsheffing voor bedrijfsruimten die leegstaand en/of verwaarloosd zijn aanzienlijk verhoogd.
Als een bedrijfsruimte gedurende drie opeenvolgende jaren wordt geregistreerd op de inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, moet daarvoor een leegstandsheffing worden betaald in het kalenderjaar dat volgt op de derde registratie. De opname op de inventaris leidt m.a.w. niet onmiddellijk tot de heffing van de belasting.
Een bedrijfsruimte is (geheel of gedeeltelijk) leegstaand zodra meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt benut. Het gebruik moet rationeel zijn: het gebruik van de ruimte als een loutere opslagplaats van lege vaten telt bijvoorbeeld niet als “benut”.
Een bedrijfsruimte is verwaarloosd bij uitgesproken gebreken aan o.a. buitenmuren, dak, schoorstenen, buitentimmerwerk, trappen of liften. Gebreken die de stabiliteit of veiligheid bedreigen, of vochtproblemen veroorzaken, leiden altijd tot een opname op de inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.
De belastingplichtige is degene die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is. Bij meerdere eigenaars kan de fiscus het volledige bedrag naar keuze bij een van de eigenaars vorderen, die vervolgens de andere eigenaars kan aanspreken.
Een bedrijfsruimte die kan vallen onder de leegstandsheffing, omvat alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, die samen één geheel vormen en eigendom zijn van dezelfde eigenaar met een totale oppervlakte van minimaal 5 aren.
Percelen met een bedrijfsgebouw waarvan de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en nog effectief als verblijfplaats wordt gebruikt, zijn geen bedrijfsruimte voor de toepassing van de leegstandsheffing.
De leegstandsheffing is progressief en wordt berekend op het geïndexeerde kadastrale inkomen (KI) van de onroerende goederen. De tarieven zijn vandaag als volgt:
| Schijf geïndexeerd K.I. (€) | Percentage van toepassing op het overeenstemmende gedeelte |
| ≤12 350 | 150% |
| 12 351 - 37 150 | 125% |
| 37 151 - 74 350 | 100% |
| 74 351 ≤ | 75% |
Opgelet: Het minimumbedrag van de heffing is altijd € 3 700.
Bijvoorbeeld: stel dat jouw gebouw een geïndexeerd KI heeft van € 52 315, dan bedraagt de heffing vandaag € 64 689:
De tarieven zullen met gemiddeld 12% verhogen, om de herontwikkeling van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten te versnellen. De nieuwe tarieven zouden vanaf 1 januari 2026 de volgende zijn:
| Schijf geïndexeerd K.I. (€) | Percentage van toepassing op het overeenstemmende gedeelte |
| ≤12 350 | 168% (+ 18%) |
| 12 351 - 37 150 | 140% (+15%) |
| 37 151 - 74 350 | 112% (+12%) |
| 74 351 ≤ | 84% (+9%) |
Opgelet: Het minimumbedrag van de heffing van € 3 700 zou ongewijzigd blijven.
Bijvoorbeeld: voor hetzelfde gebouw met een geïndexeerd KI van € 52 315 stijgt de heffing van € 64 689 naar € 72 451,68 voor aanslagjaar 2026:
De Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) voorziet een aantal gevallen waarin een opschorting van de heffing mogelijk is, bv. voor de nieuwe eigenaar. De bestaande opschortingsmogelijkheden in de VCF blijven (voorlopig) ongewijzigd.
Voor eigendommen die verhuurd worden aan een erkende woonmaatschappij geldt vandaag een verlaagd tarief in de onroerende voorheffing van 2,4% Dit is een vermindering met 1,57% ten aanzien van het standaard tarief dat 3,97% bedraagt.
Het verlaagd tarief zal echter worden geschrapt voor huurovereenkomsten die worden gesloten vanaf 1 januari 2026. Het verlaagd tarief blijft daarentegen wel van toepassing voor bestaande huurovereenkomsten met aanvangsdatum vóór 1 januari 2026, ook als deze worden verlengd of gewijzigd.
De inhoudingsplicht voor schulden van (onder)aannemers is al lang gekend voor sociale en fiscale schulden van (onder)aannemers. De inhoudingsplicht wordt op 1 januari 2026 uitgebreid met de onbetaalde sociale bijdragen van zelfstandige (onder)aannemers. Deze uitbreiding heeft een impact op opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers in de bouw- en schoonmaaksector.
De wettelijke inhoudingsplicht bestaat al lang, en rust op iedere professional (opdrachtgever, aannemer of onderaannemer) die in een professionele context hetzij werken van onroerende aard hetzij activiteiten in de schoonmaak-, bewakings- of vleessector laat uitvoeren. Hij moet meer bepaald bij het sluiten van de overeenkomst en vóór elke betaling van een factuur nakijken of zijn medecontractant onbetaalde sociale en/of fiscale schulden heeft, via www.checkinhoudingsplicht.be. Dit geldt ook voor aannemers die voor de uitoefening van hun opdrachten beroep doen op onderaannemers.
Als uit deze controle blijkt dat er schulden zijn bij de fiscus en/of sociale zekerheid, moet de opdrachtgever/aannemer/onderaannemer die de factuur wil betalen, een deel van het factuurbedrag inhouden en doorstorten aan de FOD Financiën en/of aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Dat deel bedraagt:
Als de inhoudingsplicht niet wordt nageleefd, dan kan van de opdrachtgever/aannemer/onderaannemer een administratieve geldboete worden gevorderd, gelijk aan het dubbel van het bedrag dat had moeten worden ingehouden en doorgestort. Bovendien zal de opdrachtgever/aannemer/onderaannemer hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor de betaling van de sociale en/of fiscale schuld indien er op het ogenblik van de contractsluiting al schulden bestonden.
Vanaf 1 januari 2026 wordt een derde categorie toegevoegd aan de inhoudingsplicht, namelijk de onbetaalde sociale bijdragen van zelfstandige (onder)aannemers. De opdrachtgever zal vanaf 1 januari 2026 ook moeten nakijken of de (onder)aannemer onbetaalde sociale zekerheidsbijdragen heeft. Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) zal een gegevensbank ter beschikking stellen waarin de sociale schulden worden opgenomen.
Als de (onder)aannemer onbetaalde sociale zekerheidsbijdragen heeft van meer dan € 2 500, moet een bedrag van 15% van het factuurbedrag (excl. btw) worden ingehouden en doorgestort naar het RSVZ.
In bepaalde gevallen is de inhoudingsplicht m.b.t. de onbetaalde sociale zekerheidsbijdragen echter niet van toepassing:
Deze verplichting zal (voorlopig) enkel gelden in de bouw- en de schoonmaaksector.
De check gebeurt via de www.checkinhoudingsplicht.be of via de beveiligde REST-webservice billRetainment.
De uitgebreide verplichting geldt voor opdrachtgevers en aannemers in de bouw- en schoonmaaksector die beroep doen op een (onder)aannemer. Val jij onder dit toepassingsgebied? Dan is het belangrijk om:
Door deze stappen consequent te volgen, voldoe je aan je wettelijke verplichtingen en vermijd je financiële risico’s.
Verder zou het Vlaamse renovatiebeleid vanaf 1 januari 2026 enkele belangrijke wijzigingen ondergaan met directe gevolgen voor eigenaars en investeerders. Zo worden onder andere de voorwaarden en bedragen van Mijn VerbouwPremie deels aangepast en verdwijnen twee bestaande steunmaatregelen: de EPC-labelpremie en de sloop- en heropbouwpremie.
De wijzigingen aan de Mijn VerbouwPremie zijn nog niet goedgekeurd. We lijsten daarom de zaken die besproken zijn voor je op.
De Mijn VerbouwPremie (MVP) is de verzamelnaam om de premies aan te duiden die betrekking hebben op de renovatie van gebouwen.
Er zijn vijf doelgroepen voor de Mijn VerbouwPremie:
De Mijn Verbouwpremie is één van de belangrijkste steunmaatregelen voor de renovatie van een gebouw. Het plaatsen van dakisolatie, gevelisolatie, vloerisolatie, warmtepompen, energiezuinige ramen, enz. wordt financieel ondersteund door de Vlaamse overheid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de premie voor “gebouwschilmaatregelen” en voor “warmtepompen en warmteboilers”.
De premie kan pas worden aangevraagd na voltooiing van de werken en na facturatie.
De Mijn VerbouwPremie zou vanaf 1 maart 2026 worden afgeschaft voor gebouwschilmaatregelen door de hoogste inkomstencategorie (categorie 1) en de middelste inkomstencategorie (categorie 2) van de doelgroep “eigenaar-bewoner van een eengezinswoning of appartement” en voor de hoogste inkomstencategorie (categorie1) van de doelgroep “investeerder in eengezinswoning of appartement”.
De ondersteuning voor een investering in een warmtepomp en/of een warmtepompboiler door de eigenaar/bewoner blijft behouden tot 31 december 2027 voor alle doelgroepen, maar voor de hoogste inkomstencategorie (categorie 1) en de middelste inkomstencategorie (categorie 2) wordt de premie verlaagd. In 2027 zullen de premies voor warmtepompen en warmtepompboilers uit doelgroep 1 en doelgroep 2 worden geëvalueerd.
De Mijn VerbouwPremie voor niet-residentiële gebouwen zou volledig worden stopgezet vanaf 1 maart 2026 voor alle doelgroepen.
De Mijn VerbouwPremie (aan de huidige voorwaarden) geldt voor werken die volledig werden uitgevoerd. Als overgangsmaatregel zou de eigenaar-bewoner van een eengezinswoning of appartement, wiens werken werden uitgevoerd én die in inkomstencategorie 1 of 2 zit, nog tot 28 februari 2026 een aanvraag kunnen indienen via het Mijn Verbouwloket (Vlaanderen).
Ook hier zijn de maatregelen nog niet goedgekeurd. Daarom lijsten we de zaken die ter bespreking liggen voor je op.
De Mijn EPC-labelpremie is een Vlaamse subsidie om de grondige energetische renovatie van een woning of appartement te stimuleren met als doel een aanzienlijke verbetering van het energieprestatiecertificaat (EPC).
Om in aanmerking te komen voor de EPC-labelpremie moet er een start-EPC en een eind-EPC na renovatie zijn. Het start-EPC voor renovatie heeft label E of F voor een woning en D, E of F voor een appartement. Het eind-EPC na renovatie moet label A, B of C hebben voor een woning en B of C voor een appartement.
De premie is afhankelijk van de inkomstencategorie waartoe de renoveerder behoort (Wie kan Mijn EPC-labelpremie aanvragen? | Vlaanderen.be).
Enkel residentiële gebouwen komen in aanmerking voor de Mijn EPC-labelpremie. Ook wooneenheden in een appartementsgebouw, zoals de appartementen, studio’s en lofts, komen in aanmerking.
De Mijn EPC-labelpremie zou worden stopgezet vanaf 1 januari 2026.
Bij wijze van overgangsmaatregel zou worden voorzien dat een aanvraag nog mogelijk is tot 30 juni 2026 op voorwaarde dat het start-EPC dateert van vóór 1 januari 2026.
Wie uiterlijk op 31 december 2025 onder het oude systeem van de Mijn EPC-labelpremie een activatie voor de EPC-labelpremie indiende bij Fluvius met een geldig start-EPC voor renovatie, zal het toegekende recht op de EPC-labelpremie behouden.
Ook deze stopzetting is besproken, maar nog niet finaal goedgekeurd.
De sloop- en heropbouwpremie is een financiële steunmaatregel van de Vlaamse overheid voor particulieren die een verouderde woning volledig slopen en op hetzelfde perceel een nieuwe woning bouwen. De premie bedraagt € 10 000 per project. De doelgroep omvat natuurlijke personen die niet in aanmerking komen voor het verlaagde btw-tarief van 6% voor sloop en heropbouw.
Om in aanmerking te komen voor de sloop- en heropbouwpremie, moeten zowel de grond, het af te breken gebouw of de af te breken gebouwen, als de op te richten woning(en) of appartementsgebouw(en) op het moment van de aanvraag van de omgevingsvergunning volledig in volle eigendom zijn van één of meer natuurlijke personen.
De premie zou worden afgeschaft voor omgevingsvergunningen die vanaf 1 januari 2026 worden goedgekeurd.
Voor dossiers waarvan de omgevingsvergunning uiterlijk op 31 december 2025 is goedgekeurd, kan de premie nog worden aangevraagd binnen 3 maanden na die goedkeuring, en uiterlijk tot en met 31 maart 2026.
Het speelt geen rol of er nog beroep kan worden aangetekend tegen de vergunning. De aanvraagtermijn start vanaf de datum van goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. De sloop hoeft nog niet uitgevoerd te zijn op het moment van de premieaanvraag.
Ons Legal-team volgt de ontwikkelingen op de voet. Heb je nood aan advies over de impact van deze wijziging op jouw geplande aankoop of projectstructuur?
Specifieke transfer pricing-documentatie is in België verplicht voor ondernemingen die deel uitmaken van een multinationale groep en bepaalde (financiële) drempels overschrijden. Vanaf boekjaar 2025 gelden er nieuwe, strengere regels in België. Als onderneming is tijdig schakelen om te anticiperen op deze wijzigingen dus een must. Om je alvast vooruit te helpen, lijsten we de belangrijkste veranderingen voor je op. Laatste update: januari 2026.
Warranten en aandelenopties: bij tech-start-ups zijn ze een standaardpraktijk, maar werkt het ook voor de bredere kmo-markt? Anne-Elisabeth Vercruysse, Head of Finance en Legal bij Entourage Capital, dat zich focust op tech-start-ups ging erover in gesprek met Legal Director Sandrine Schelfout. Het resultaat lees je hieronder, en hoor je in onze podcast.
VGD doet er alles aan om je privacy te beschermen en te respecteren. Door op 'ik schrijf me in' te klikken, ga je ermee akkoord dat we de hierboven ingediende persoonlijke informatie kunnen opslaan en verwerken om de gevraagde inhoud te verstrekken.
Wij blijven nieuwe verhalen schrijven en onze expertise delen. Wil je dat vers van de pers? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!
Heb je nood aan een expert die je helpt met de uitdagingen van je onderneming? Neem contact op met onze adviseurs!