De update van het pandrecht: wat u moet weten
De nieuwe wetgeving omtrent het pandrecht omvat niet alleen een modernisering van de pandwetgeving, maar harmoniseert alle zakelijke zekerheidsrechten op roerende goederen: het pand, het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.
De pandhouder van het bezitloos pand, of degene die een eigendomsvoorbehoud heeft of degene die een retentierecht uitoefent, zal zijn recht op de verpande goederen ten overstaan van andere schuldeisers van zijn schuldenaar kunnen bewijzen, doordat het zakelijk recht is geregistreerd in een daartoe ontwikkeld informaticasysteem.
Recent werd een wettelijke verankering van de voorwaarden en het gebruik van dit informaticasysteem uitgewerkt. Het zogenaamde “Nationaal Pandregister” is een openbaar elektronisch register, georganiseerd binnen de FOD Financiën. Het is vrij toegankelijk mits authenticatie via de elektronische identiteitskaart en betaling van een toegangsrecht, zowel voor het raadplegen van gegevens als het invoeren ervan.
Vanaf 1 januari 2018 wordt het mogelijk om een pandrecht aan eender welke persoon tegenstelbaar te maken door loutere registratie in een elektronisch register. Het bezitloos pand krijgt om die reden de benaming ‘registerpand’. Anderzijds kunnen schuldeisers met ingang van 1 januari 2018 het Nationaal Pandregister raadplegen om na te gaan of het roerend goed dat zij willen verwerven of waarop ze een recht willen uitoefenen met een zakelijk recht is bezwaard.
Zodoende wordt het mogelijk op elk bestaand of toekomstig lichamelijk of onlichamelijk roerend goed een pandrecht te vestigen zonder buitenbezitstelling. De vestiging van het registerpand gebeurt bij een onderhandse overeenkomst tussen partijen, met dien verstande dat in de overeenkomst enkele wettelijk verplichte vermeldingen moeten worden opgenomen. Vervolgens kunnen de partijen het pandrecht zelf inschrijven in het Nationaal Pandregister om het tegenstelbaar te maken aan derden.
Een belangrijk gevolg van het bestaan van het registerpand is dat het pand op de handelszaak zal verdwijnen, want de wet van 25 oktober 1919 wordt opgeheven. Het pand op een handelszaak valt voortaan onder toepassing van de regels inzake het registerpand!
Voorts wordt ook het verschil tussen het burgerlijk pand en het handelspand afgeschaft. Eender welke schuldeiser zal bijgevolg een bezitloos pandrecht kunnen vestigen, ongeacht de pandgever-schuldenaar een onderneming of een consument is. Het enige aspect waarvoor de hoedanigheid van de pandgever van belang is, situeert zich in de uitwinning van het pand. De schuldeisers kunnen voortaan zelf tot uitwinning overgaan, behalve wanneer de pandgever een consument is; in dit geval is de uitoefening van het zekerheidsrecht aan rechterlijke controle onderworpen.
Wat verder het pand op de schuldvordering aangaat, blijft de huidige regeling ongewijzigd. Een pand op een schuldvordering zal bijgevolg tegenstelbaar zijn louter door kennisgeving aan de schuldenaar en vereist geen registratie in het Nationaal Pandregister. Ingeval een schuldeiser zijn schuldvordering overdraagt aan een derde tot zekerheid (fiduciaire overdracht), wordt de overdracht automatisch omgezet in een pand op een schuldvordering.
Ook het pand op aandelen en andere gedematerialiseerde effecten blijft ongewijzigd. Dergelijk pandrecht wordt beheerst door de Wet Financiële Zekerheden (wet van 15 december 2004).
De registratie van het zakelijk zekerheidsrecht in het Nationaal Pandregister gebeurt tegen betaling van een retributie. Het bedrag van de retributie (tussen 20 EUR en 500 EUR) wordt vastgesteld op basis van een nominaal tarief afhankelijk van de waarde van het gewaarborgd bedrag. Het registratierecht van 0,5% voor het pand op handelszaken wordt bijgevolg afgeschaft.
De verwijdering van de registratie van het pandrecht dient te gebeuren door de pandhouder op het ogenblik dat de gewaarborgde schuld werd betaald. Dit geldt ook voor de verkoper die een eigendomsvoorbehoud heeft geregistreerd, nl. zodra de koper de prijs van het verkochte goed heeft betaald.
Interessante inzichten en adviezen
Alle inzichten
De juiste doelstellingen voor de CAO 90-bonus in 2026
Ons HR Advisory-team begeleidt deze maand opnieuw heel wat ondernemers bij het opstellen van doelstellingen en bijhorende opvolgingsmethodes voor hun CAO 90-bonusplannen. Onze ervaring toont dat een goed voorbereide toetredingsakte met duidelijke, onderbouwde doelstellingen de kans op goedkeuring aanzienlijk verhoogt. Benieuwd hoe we dat waarmaken?
De CAO 90-bonus: een fiscaal voordelige beloning voor je medewerkers
Wil je als werkgever je medewerkers motiveren met een extraatje, zonder dat het fiscaal zwaar wordt belast? Dan is de CAO 90-bonus, oftewel de loonbonus, een interessante optie! Dit systeem laat ondernemingen toe om op een voordelige manier een collectieve bonus toe te kennen, zolang bepaalde voorwaarden worden gerespecteerd. Maar hoe werkt het precies? We zetten het voor je op een rijtje!
Ontvang ons advies in je mailbox!
VGD doet er alles aan om je privacy te beschermen en te respecteren. Door op 'ik schrijf me in' te klikken, ga je ermee akkoord dat we de hierboven ingediende persoonlijke informatie kunnen opslaan en verwerken om de gevraagde inhoud te verstrekken.